Na een weekje relaxen op Bali waren we weer toe aan avontuur. In Nederland ontdekten we de vulkaan Kelimutu op internet. Deze vulkaan, op het eiland Flores, heeft 3 kratermeren die ieder een andere kleur hebben. Dit leek ons wel vet om met eigen ogen te zien. Vanaf Denpasar vlogen we naar Ende (Flores), waar we in de taxi stapten bij Sandy. Hij zou ons naar het plaatsje Moni rijden, 2 uur verderop aan de voet van de Kelimutu. Via een van de mooiste wegen tot nu toe (een slinger weg tussen begroeide vulkanen door, langs diepe kliffen en steile wanden omringd door af en toe wat mist. Ik kreeg er een beetje een ‘droomvlucht’ gevoel van) reden we ernaar toe. Na 45 minuten konden we niet verder. Er bleken rotsblokken op de weg gevallen te zijn. Hierbij waren 2 scooterrijders omgekomen en de weg was onbegaanbaar geworden. Na een uur wachten zat er niks anders op dan om te keren en de nacht door te brengen in Ende. Omdat het nog dagen zou duren voordat de weg naar Moni vrijgegeven zou worden hebben we besloten de Kelimutu te laten voor wat het is. Dat was wel even balen.. De volgende ochtend zijn we naar Labuan Bajo (ook op Flores) gevlogen. Dit stadje was het beginpunt voor een nieuw bootavontuur. Daarover later meer.
Voordat het zover was heb ik eerst nog 2 duiken gedaan. Levy was die dag ziek en kon helaas niet mee. De duiken waren super. Ik heb ik mijn eerste schildpad gezien! En ik had weer een close encounter met een haai. Dit keer ben ik niet als een debiel het water uit gevlucht (haha) maar heb ik m’n stoute schoenen aangedaan en heb ik hem zelfs geaaid. Niet dat ik echt een andere keus had.. de divemaster pakte mijn hand en trok hem naar de haai, die rustig lag te chillen tussen het koraal, toe. Ik liet me niet kennen en aaide met een grote smile op m’n gezicht z’n staart. Angst overwonnen 🙂
Terug naar de boottocht. Vanaf Flores was het plan langzaam aan onze weg terug naar Bali te maken. Vanaf daar zouden we uiteindelijk naar Australië te vliegen. Het eerste deel van deze terugreis hebben we gedaan met een 3 daagse boottocht van Flores naar Lombok. Deze boot zou via Rinca, snorkelspots en wat stops op kleine eilandjes naar Lombok varen. Met een groep van zo’n 20 man stapten we aan boord. Tot Levy’s stomme verbazing stapte ook een (ex)collega van de KNZB de boot op! Wat is de wereld toch klein. Onze eerste stop was Rinca, een van de 2 eilanden waar de grootste hagedis ter wereld leeft: de Komodovaraan. Een aantal Rangers hebben ons langs de varanen geleidt en uitgelegd hoe de dieren leven.
Super gaaf om te zien. Na Rinca zijn we door gevaren richting de eindbestemming. Onderweg hebben we op verschillende plekken gesnorkeld en zijn we aangemeerd bij een eilandje om naar een waterval te lopen. Er hing een touw boven de waterval waarmee je het meertje er onder in kon slingeren. Hier waren een stuk of 10 kleine jochies die allemaal capriolen uithaalden met elkaar en het touw. Levy en ik konden natuurlijk niet achter blijven… Op onze laatste middag op de boot werden we verrast door een groep dolfijnen die naast en voor onze boot uit zwommen. Heel cool!
Na 3 dagen snorkelen, eten, bier drinken en varen kwamen we aan op Lombok. Met een busje werden we naar Sengigi gereden. Hier hebben we 1 nachtje geslapen. De volgende ochtend zijn we meteen doorgegaan naar onze eerste Gili: Gili Air. Tussen de eieren, groenten, bananen en locals maakten we in een overvolle boot de oversteek van Lombok naar Air. Dit eilandje is zooo relax. Er is geen gemotoriseerd vervoer alleen maar de fiets of paard en wagen. Je kan niet anders dan chillen hier. Naast 2 duiken en een yogalesje (ik dan) hebben we niks anders gedaan dan op het strand liggen of aan de bar hangen. Heerlijk! Ook op de 2e gili: Trawagang hebben we eigenlijk niks gedaan. Ik ben naar de kapper geweest en heb een rondje eiland gefietst en dat was het. Heerlijk relaxen voordat we vertrekken naar Down Under!

Pingback: Walking through Mordor and Hobbiton. | Through Coloured Eyes·